De term depressief wordt tegenwoordig te pas en te onpas gebruikt. Iedereen voelt zich een keer somber, zelfs ik herken het verschil met mijn sombere dagen en depressieve dagen. Maar op depressie zit ook een stigma, want wat een mens niet aan je kan zien dat er iets mis met je is, zoals een gebroken been, kan niet gezien worden als een ziekte. Gelukkig komt er meer duidelijkheid en openheid over depressie, ook doordat bekende mensen erover praten. Maar toch is altijd de opmerking wanneer weer een beroemdheid zelfmoord pleegt vanwege depressie: 'Hij/zij had geld en roem, waarom doe je dan zo iets?' Zelf geld en roem heeft geen belang wanneer je depressief bent, het houdt je niet tegen om te doen.
De eerste keer dat ik erkende dat ik depressief was, was tijdens mijn werk als administratief medewerker bij een accountantskantoor. Erkende maar niet openlijk want een meisje waarmee ik werkte die was het ook en daarvan werd het volgde gezegd door mijn collega's: 'Ze is het om aandacht te vragen, om medelijden te krijgen.' 'Ik zie helemaal niks mis met haar.' 'Ik ben mijn moeder verloren en heb daar geen last van, dus wat zij voelt kan niet.' Dit bracht mij een angst, ik was als de dood dat mensen er achter kwamen dat ik depressief, wellicht verloor ik mijn baan. Ik kreeg pillen en ging naar therapie. Maar dat moest dus tijdens werktijd en je kunt ook maar zo vaak liegen dat je naar tandarts gaat dus uiteindelijk moest ik iets zeggen. Er werd lacherig gedaan over mijn dingetje, het is een fase. Mijn psycholoog was een zweverige knakker die geld maakt over de rug van mij volgens anderen. Dus ging ik zeggen tegen de wat hij wilde horen en daarmee was mijn behandeling klaar. Maar ik helemaal niet en zakte verder af.
Mijn depressie ging gepaard met momenten van extreme frustratie en agressie. Veelal tegen mijzelf gekeerd. De blauwe plekken, kapotte handen die ik mijzelf geslagen had. Een muur met steenstrips was erg handig om mijzelf flink te bezeren. En daarna excuses maken dat ik van mijn paard of fiets gevallen was. De dingen die ik uitgekraamd heb in mijn woedeaanvallen, vaak was het feit dat ik niet wilde dat ik geboren was. Dat is leuk voor je ouders te horen.
De dood was erg belangrijk voor me. Ik wilde dood. Wanneer ik depressief was, was het een straf voor mij om de volgende dag wakker te worden en weer te moeten leven.
Deze gedachtengang werd mij niet in dank afgenomen, hoe kan ik naar de dood wensen terwijl mensen die niet dood wilden dood gingen. Een egocentrisch wicht. Maar dat is het probleem van depressie, je ziet niet dat je mensen verdriet doet met je gedachten, de onmacht die ze hebben. Je ziet ook niet dat mensen je proberen te dekken met de mantel der liefde. Het enige waar je tegenaan staart is die muur die je gebouwd hebt, die ondoordringbare muur die alles buiten houdt en je verdriet binnen.
Velen om mij heen hadden het niet goed in de gaten dat ik depressief was. Want ik was erg goed in maskers ophouden. Er is ook een zekere vorm van schaamte, want er was toch niet echt een reden om depressief te zijn toch? Maar ik slikte al meer dan 10 jaar anti-depressiva en de wil om dood te gaan was er veel langer.
Waar is het begonnen?







